Er was eens, heel lang geleden, een tovenaar die God heette. Volgens sommige mensen was
hij de grootste tovenaar die ooit leefde, anderen geloven dat hij nog steeds leeft. Ze zeggen dat
hij al leefde voordat de aarde bestond, en zelfs al voordat er mensen waren.
Jezus: inleiding
Jezus was een aardige meneer die leefde toen de tovenaar God al bijna niet meer tussen de
mensen kwam. Veel mensen denken dat hij bij de oude tovenaar God hoorde, maar dat is een
misverstand. Dat misverstand kwam door twee dingen.
Ten eerste kon Jezus zelf ook een beetje toveren. Niet zo heel groot, geen hele wereld
toveren of plagen over een heel volk laten neerdalen, maar toch wel een beetje.
Zo kon hij aardig toveren met water: hij kon er over lopen of er wijn van maken.
En hij kon soms mensen die heel ziek waren weer beter maken. Een soort dokter dus, maar
dan heel lang geleden. Er zijn zelfs verhalen dat hij dode mensen weer levend had gemaakt.
Of hij daar mond-op-mond-beademing en hartmassage bij gebruikte is niet bekend.
Zijn toverkunstjes waren altijd klein, en wat hem nog veel meer onderscheidde van God was,
dat Jezus vooral lieve dingen toverde. Toen een groep van zijn vrienden een keer veel te
weinig eten hadden meegenomen, toverde hij zoveel brood en vis dat het niet eens opging.
Door zijn tovenarij dachten mensen dat Jezus bij God hoorde.
De tweede reden voor het misverstand kwam omdat Jezus graag verhalen
vertelde en vergelijkingen maakte. Spannende verhalen vaak, die hij ter plekke uit zijn duim
zoog. Door die verhalen probeerde hij zijn vrienden levenslessen te leren. De helden in zijn
verhalen deden goede dingen, en Jezus hoopte dat zijn vrienden daardoor ook goede dingen zouden
gaan doen.
Jezus vond dat alle mensen gelijke kansen moeten hebben. In een van zijn vergelijkingen zei hij:
we zijn allemaal kinderen van God. Daarmee bedoelde hij: we zijn uiteindelijk allemaal
gewoon mens, niemand is bij zijn geboorte al bijzonderder dan een ander.
Ik ben dus de zoon van God, zei hij. Dat was logisch, als iedereen een kind van God is.
Er waren helaas mensen die alleen het laatste hoorden: dat hij de zoon van God dacht te zijn.
En zo ontstond de verwarring. Jezus moest wel bij God horen, op een heel bijzondere manier.
Tot de dag van vandaag zijn er mensen die zelfs denken dat Jezus en God dezelfde persoon waren.
|