Er was eens, heel lang geleden, een tovenaar die God heette. Volgens sommige mensen was
hij de grootste tovenaar die ooit leefde, anderen geloven dat hij nog steeds leeft. Ze zeggen dat
hij al leefde voordat de aarde bestond, en zelfs al voordat er mensen waren.
Kaïn en Abel
Adam en Eva, de eerste twee mensen, waren nog niet lang uit de tuin gevlucht waar God ze gevangen had gehouden, toen ze allemaal erg leuke dingen ontdekten. Hoe ze van vijgenbladeren kleren konden maken bijvoorbeeld. Dat de natuur heel mooi was en ze de hele wereld konden gaan ontdekken.
Een van die leuke ontdekkingen zorgde ervoor dat een tijdje later hun eerste kind werd geboren. Kaïn noemden ze het jongetje. Niet erg lang daarna kwam nummer twee, ook een jongen. Deze noemden ze Abel. Kaïn en Abel konden niet naar school, dus leerden ze in de natuur. Abel ontdekte al voor hij volwassen werd dat hij schapen kon temmen, en hij werd de eerste schaapherder. Kaïn ontdekte dat hij eetbare plantjes kon kweken, en hij werd daarmee de eerste landbouwer.
Door de verhalen van hun ouders over de tovenaar uit de tuin, waren ze wel een beetje bang geworden, en ze besloten dan ook allebei om zo af en toe offers te brengen aan die God. Kaïn offerde groenten en fruit, Abel offerde pasgeboren lammetjes.
God, die zo af en toe onverwacht langskwam, bewonderde de dode lammetjes van Abel, maar keek niet eens naar de fruitmand van Kaïn. Die werd daar erg boos en verdrietig door, want hij had nog wel zo zijn best gedaan. Maar God, die expres niet naar de fruitmand had gekeken, wreef het nog even in bij Kaïn, door te zeggen dat hij niet zo boos moest kijken. Kaïn werd daardoor zo opstandig dat hij bedacht: als de tovenaar maar naar één mens tegelijk kan kijken, dan is Abel hier gewoon te veel. En hij doodde zijn broer. Toen waren er dus nog maar drie mensen.
Gelukkig was God niet de enige tovenaar die mensen toverde, want Kaïn vond een vrouw om mee te trouwen. Of zou dat misschien een vrouwtjesaap zijn geweest? Op school leren we dat de allereerste mensen erg veel op apen hebben geleken, dus zo raar is die gedachte nog niet eens.
In elk geval kregen Kaïn en zijn vrouw samen veel kinderen, kleinkinderen enzovoorts, en ze bouwden de eerste stad, waar heel veel andere halfapen en mensen gingen wonen. Pas toen Kaïn al lang bet-overgrootvader was, kregen zijn ouders, Adam en Eva, hun derde kind: Set. Set vond ergens een vrouw, kreeg een zoon, en die kreeg weer kinderen, en die kregen kinderen en werden allemaal erg oud. Set werd geboren toen Adam 130 jaar was, maar dat viel nog wel mee, want Adam werd uiteindelijk 930. Ook veel kinderen en kleinkinderen van Adam werden erg oud. De oudste was Methusalem: die overleed pas toen hij 969 was. Methusalem was de opa van Noach.
|