Vragen, opmerkingen, reacties en copyright bij Joost Tel
  • Adam en Eva
  • Kaïn en Abel
  • De Ark van Noach
  • De Toren van Babel
  • Sodom en Ghomorra (16+)
  • Abraham wil een zoon (1)
  • Het Offer van Abraham
  • David en Goliath
  • De Weigering van Onan (16+)
  • Samson, de sterkste man van de wereld
  • Een erfenis en Linzensoep
  • De Rechtvaardige Samuel
  • Daniël en de Leeuwenkuil
  • Zeven vette jaren, zeven magere jaren
  • Mozes op de Rivier
  • De Plagen van Egypte
  • Mozes en de Wijkende Zee
  • Mozes en het Manna
  • Mozes en de Tien Geboden
  • De vallende muren van Jericho
  • De Tegenslagen van Job
  • Maria (16+)
  • Jezus: inleiding
  • Jezus: historisch
  • De geboorte van Jezus
  • Water en Wijn
  • Lopen over Water
  • De Wonderbaarlijke Vermenigvuldiging
  • De Barmhartige Samaritaan
  • De Zaaiersparabel
  • Blinden, melaatsen en dode mensen
  • De Kruisiging en Verrijzenis van Jezus
  • Ongelovige Thomas
  • Het Vervolg van het Sprookje
  • God en de Smurfen
  • Waarom deze sprookjes?
  • KLIK HIER VOOR EEN PRINT-BARE VERSIE

    Er was eens, heel lang geleden, een tovenaar die God heette. Volgens sommige mensen was hij de grootste tovenaar die ooit leefde, anderen geloven dat hij nog steeds leeft. Ze zeggen dat hij al leefde voordat de aarde bestond, en zelfs al voordat er mensen waren.



    De truc van het water en de wijn

    Jezus was een jaar of dertig toen hij een keer langs een menigte mensen liep die stond te luisteren naar een leraar. Die leraar heette Johannes, en behalve het vertellen van mooie verhalen was hij ook goed in het wassen van hun haar. Aan die Johannes hadden mensen heel vaak gevraagd: "Ben jij nou de messias, je weet wel, de redder van de wereld die al honderden jaren wordt voorspeld?". Maar dat wou Johannes helemaal niet zijn. Hij zei dus steeds nee, maar daar namen de mensen geen genoegen mee. Hij zei toch allemaal wijze dingen, dan móést hij toch wel de messias zijn?

    Johannes had toen een slimme oplossing bedacht. Hij had gezegd: "Nee, de echte messias komt nog, ik kondig hem alleen maar aan!" Dat werkte, tenminste, voor een tijdje. Toen gingen de mensen vragen waar die echte messias dan toch bleef. En precies op de dag dat Johannes helemaal gék werd van die vraag, kwam Jezus dus langs.

    Tegen de twee volgelingen van Johannes die het meest zeurden over de echte messias zei hij: kijk, dat is hem! Jullie kunnen zijn eerste echte volgelingen worden! De twee gingen er meteen achteraan, en Jezus snapte er eerst niks van. Maar ze waren wel aardig, ze wasten zijn voeten en kookten best lekker, en toen begreep hij dat het best handig was om nog meer volgelingen te hebben. Maar ook weer niet té veel.

    Omdat hij niet zo heel goed was in timmeren, en verder niks beters te doen had, kwam het wel goed uit dat hij alleen maar hoefde te praten en dat de anderen dan voor hem zouden zorgen. De volgende dag ging hij dan ook op zoek naar nog tien andere leerlingen. Dan waren ze lekker met zijn dertienen, en in die tijd wisten ze nog niet dat dat ongeluk brengt.

    De dag nadat hij ineens twaalf volgelingen had gekregen was er een groot bruiloftsfeest in het dorpje Kana. Maria, de moeder van Jezus, was uitgenodigd en Jezus ook. Ongevraagd had Jezus ook zijn twaalf leerlingen meegenomen, en daar hadden ze op het feest niet echt op gerekend. Twaalf volwassen mannen die wel van een drankje houden - je begrijpt het: de wijn was binnen de kortste keren op! Jezus' mama kwam naar hem toe en zei: "Het is jouw schuld dat de wijn op is, doe er iets aan!". Maar het was allemaal nog zo pril en vers voor Jezus, al dat gedoe met die volgelingen en dat hij de messias moest spelen, dat hij tegen zijn moeder zei: "rot op mens, dat kan ik toch nog helemaal niet?". Dat klinkt wel wat bot misschien, maar Jezus had zelf ook al aardig wat wijntjes op. Zijn moeder wist wel dat hij het niet meende, en ze zei tegen de slaven op het feest: "Als hij jullie zometeen een opdracht geeft, doe het maar, want hij probeert zijn fout te herstellen".

    Nu had Jezus in zijn kindertijd wel eens gemerkt dat hij een bijzondere gave had. Zo kon hij met slangen praten en was hij de beste geweest in zwerkbal. Dus misschien kon hij nu ook wel een mooie tovertruc doen? Niet geschoten is altijd mis, dacht hij. Hij zag zes grote lege waterbakken staan, en hoopte dat de toverspreuk nog werkte om die te vullen met wijn. Bijna iedereen was al aardig dronken, en dan werken trucs soms niet zo goed. Jezus dacht: als ik nou eerst die bakken laat vullen met water - want als het dan mis gaat, dan is er in elk geval water te drinken! Dus vroeg hij aan de slaven om die zes bakken tot de rand toe vol te doen met water. 600 liter was dat!

    Daarna ging het heel snel. Jezus zei de spreuk die hij geleerd had, en het water veranderde in wijn! Het was hem gelukt! Maar de wijn die hij getoverd had, was wel veel betere wijn dan die ze eerder op de bruiloft hadden gehad. Daardoor leek de bruidegom een krenterige gierigaard; dat vond hij niet leuk en hij werd dan ook best wel boos op Jezus. Ja, dan doe je eens wat aardigs, is het nog niet goed! Maar de twaalf leerlingen hadden wel gezien dat de tovertruc had gewerkt, en die waren vanaf dat moment Jezus grootste fans.